Gepost door: Michel Ranzijn | 23 november 2008

Dilemma: iedereen aan de streamer?

Regelmatig bloggen valt nog niet mee. Ik moet de komende weken toch meer werken dan gedacht. Dus blijft er minder tijd over om andere dingen te doen. Ook had ik nog een foto en visbelevenis waar ik over na moest denken.

Geurvis is een kritische visblog.  Gericht op de vraag over het waarom van het sportvissen. De stelling is dat het actief bezig zijn in de natuur, mensen ook meer kennis en respect voor de natuur bijbrengt. Er zijn weinig andere redenen te bedenken om op een winterdag naast een poldersloot te staan, terwijl de herfst om je heen wordt geblazen en er nagedacht moet worden aan waar grote snoeken op dat moment huizen en welk aas ze prefereren: blauw, rood of harig.

Vissen (maar ook landbouw en jagen) zet je in een directe relatie met de natuur. Je kunt alleen een vis vangen indien je daar een klein beetje van begrijpt.  Alleen observeren en recreeren is daarvoor niet voldoende. De natuurbelevenis is dan eigenlijk te oppervlakkig.

Natuurlijk zijn hiervoor veel uitzonderingen te bedenken.  Bijvoorbeeld onderzoekers van bijvoorbeeld het Ravon laat zien.  En het vissen zoals wij bedrijven is zeker geen onderzoek. Maar het draagt wel bij aan een gevoel voor het (water)milieu.

Vervolgens kreeg ik de volgende foto van mijn goede vriend Jeroen in de mailbox. joris jerking

En dat maakte dat ik wat dilemma en denkoefeningen voor de boeg had. Tussen de bedrijven door. Vandaar toch wat langzamer geblogd, dan ik had gepland.

Het dilemma zijn natuurlijk de grote dreggen in de bek van de snoek. Mijn eerste artikel ging al over weerhaakloos vissen. En ik had er ook nog het gebruik van kleinere haken aan toe kunnen voegen. Het is gewoonweg een feit dat er een kans op schade is, zodra een vis aanbijt. We proberen deze schade zo klein mogelijk te houden door heel efficient te drillen, de vis te landen, te onthaken de te fotograferen. Ik was bij de vangst van deze snoek. Van aanbeet tot vrijlating duurde hooguit 4 minuten. Iedereen weet precies wat hij moet doen. En ook al schiet er bij elke vangst weer een grote portie adrenaline door de gelederen, we zijn altijd uitermate kalm.

De vis van deze foto heeft hoegenaam geen schade opgelopen.  Hoezo dan toch een dilemma? Gaat het om het beeld? Misschien.

Ik ben een grote fan van de Flickr foto’s van Cor23. Niet alleen zijn de landschappen geweldig (ik wil daar wonen!!), en de vissen prachtig. Elke foto toont de relatie tussen vis, water en omgeving. De foto’s zijn vaak een beetje bijgwerkt, maar laten precies zien waarom ik deze blog begonnen ben: het is echt geweldig om met een goede reden langs de waterkant te staan.  Het contrast met de snoekfoto is groot.

Hoe komt dat? En kan ik daarmee mijn dilemma oplossen?

Ik heb daar niet direct een goed antwoord op. En dat zal zolang Geurvis bestaat, ook wel de vraag blijven. Het vissen op snoek in de Noordhollandse polders is vele malen lastiger dan het vissen op forel en zalm zoals door Cor23 wordt uitgevoerd. De vissen zijn groter, en door de scherpe tanden, een stukje gevaarlijker. De oevers zijn stijl, het water modderig en troebel. De aanbeet en vangst van een snoek telkens weer een schok. De tijd die we hebben om de vis na landing te onthaken en te fotograferen is niet groot. Vissers die in een rivier staan, hebben het relatief gemakkelijker, omdat ze dicht of in het het water staan en de vis kleiner is. Op het moment dat je een vis wilt fotograferen, of op een goede manier wilt onthaken, kun je de vis rustig even in het water laten. Bij het snoeken is dat niet mogelijk.

Ook hebben we voor het snoeken en door het gebruik van kunstaas grotere en meer haken nodig. De trend is daarbij ook groter aas te gebruiken omdat grote snoeken hier een voorkeur voor hebben.  Kleiner kunstaas, kleinere haken of minder halken gaat daarbij niet werken. Of misschien toch wel? Voor het vissen met een streamer wordt bijvoorbeeld geen dreg gebruikt en is de haak enkelvoudig.

Misschien is dat ook wel het antwoord voor het vissen op roofvis: het ontwikkelen van kunstaas wat visvriendelijker is. Dus met enkelvoudige haken.

Het is niet onmogelijk, zoals deze grote snoekvangst van Jeroen bewijst.

Jeroen met grote snoek

Jeroen met Esox van 98cm


Reacties

  1. Dag Michel, en andere meelezenden,

    Dank voor je doordachte blog over enkelhaaks vissen. Eerst een kleine correctie, de bovenstaande streamer bevatte een flinke dreg, die op de foto goed te zien is onder de zwarte “kop” van de streamer. Ik heb hem er persoonlijk op verzoek van de trotse vanger aan gezet. Wel heb ik een van de drie haken afgeknipt, zodat het hier een tweebenige dreg betreft. Wat natuurlijk opvalt is dat de snoek duidelijk NIET aan deze dreg is gevangen, maar aan de enkele haak aan het achterlijf van de streamer. Voor wat het waard is.

    De dreg is pas begin jaren tachtig onder grote groepen vissers in opmars gekomen. Niet zozeer door de opkomst van het plastic kunstaas (de Rapala familie), want dat bleef tot eind jaren negentig toch een relatief kleine groep vissers die daar vertrouwen in had, in de tijd dat levend aas nog legaal was. De dreg begon zijn zegetocht na de eerste laagdrempelige publicaties van bekende vissers als Bertus R. en Jan E. De zogenaamde “levendaastakel” met een of meerdere dreggen werd gepropageerd, omdat dit het “wachten” tot de snoek had “geslikt” overbodig maakte. Met de “takel” kon meteen worden aangeslagen, waardoor de haken meestal voorin de bek zaten. Daardoor werd het mogelijk elke snoek levend terug te zetten. Goede bedoelingen dus. Vissers met enkele haak dienden in de beginjaren van de SNB optiek zo snel mogelijk “gebrainwashed” te worden.
    Hoewel veel hengelsportverenigingen in die tachtigerjaren aarzelingen hadden de dreg als “legaal te verklaren (voorheen was dit meestal verboden), omdat een dreg “onsportief” gevonden werd door de leden, veranderde dat beeld in de loop der jaren. Zo werd de dreg van “onsportief” juist “sportief” gevonden, en veel vissers begonnen hun grenzen te verleggen qua aantallen gevangen snoeken en succesvolle “releases”. Iedereen blij.

    Maar er werden ook andere grenzen verlegd – zoals die van de “weidelijkheid”, het woord uit jagerskringen waar wijlen Jan Schreiner gevoelens van “sportiviteit”, en zo je wilt, “integriteit” en “zindelijkheid” mee wilde uitdrukken. Weidelijkheid. Waar het hele “sportvissen”, een woord dat pas na de tweede wereldoorlog gemeengoed is geworden, op was gebaeeerd. Wanneer zijn we eigenlijk vergeten wat het is en waar het voor staat?

    De jaren negentig tekenden zich door sterk groeiende welvaart en individualisme, loslaten van oude waarden, wars van het moralisme en idealisme uit de jaren zeventig. Weg met de romantiek, er moest veel gevangen worden!! Roofvis vanuit superdeluxe uitgevoerde speedboten met draaistoelen en dieptemeters, karperen met bossen electronica, gillende wakers en goretex-tenten, glossy foto’s voor inde bladen. Meer! Meer! Meer!!!! Duur Amerikaans kunstaas met standaard drie of meer enorme dreggen was “part of the game” geworden en niemand stelde zichzelf nog vragen – die toch maar bleven knagen. Plezier moesten we hebben in onze schaarse vrije tijd!

    Visplezier is te koop, en vangstsucces is een keuze!! Tsjakaaa!!!!!!!!!!!

    Vanmiddag zat ik aan de espresso bij een – ik neem wat discretie in acht – in ruim veertien taalgebieden wereldberoemd snoekvisser. Met weemoed vertelde hij dat zijn kleindochter het vissen op snoek “zielig” vond voor deze groengele gedaantes. Ik vulde aan “..maar dat vindt ik ook”. De man tegenover me trok een glimlach, keek me strak aan, leek te begrijpen wat ik bedoelde. Ik maakte geen misplaatste grap en dat zag hij aan me.

    Inderdaad, dat vindt ik dus ook. Misschien is daarmee al teveel gezegd. Dingen die je liever niet zegt, maar wel denkt. En O, hoe consequent is de mens, dat hij of zij niet altijd handelt naar men denkt. Door dat feit is er in de geschiedenis al heel wat mis gegaan. Het gevoel dat er ergens iets knaagt…

    Zou ik handelen naar wat ik soms werkelijk denk, dan was mijn laatste snoek al lang gevangen.

    Het zit allemaal in het hoofd.

    Daar zit de knop….

    Joris

  2. Over interessante reacties gesproken. Zo leer ik ook nog eens wat. Heel motiverend om verder te schrijven en/of te discussieren.

    Wat ik me dan nog afvraag of de gebruikte haken (lees dreggen) veel effect hebben op de vangstresultaten van het gebruikte kunstaas.

    Kunstaas is zo wie zo een interessant fenomeen. Relatiefn gespecialiseerde markt, en het aanbod is heel divers. Bestaat er een teststraat voor kunstaas? Wat zijn de voorwaarde waar aan kunstaas moet voldoen. Of bouwen ze zomaar wat?

    In mij korte universitaire studie Mediatechnologie was een van de ideeen het ontwikkelen van een zelfstandig bewegende robotvis, gewapend met camera en minisensoren, om te onderzoeken of een andere manier van snoeken mogelijk was.

    (eigenlijk wilde ik de oceanen laten bevolken met robotvissen, maar dat terzijde).

    Eigenlijk is dit randonderzoek rond het vissen super interessant. Krijg er bijna elk artikel weer een nieuw idee bij. En zo te zien ook bij mijn kleine, maar fijne lezersschare.

  3. dank voor jullie leerzame reacties, van mij uit een korte en kleine verbetering, jawel zelfs op
    Joris zijn onderbouwde artikel. Met dank hiervoor
    welke verbetering op zijn artikel: hmmm
    de haak voorin is inderdaad een dreg minus 1 haak, sterker nog de haak achterin de streamer
    is idemdito een dreg met 1 afgeknepen haak.

    overigens mijn snoekvangsten (niet belangrijk dat IK ze vang) zijn door de dubbele haak dit
    jaar spectaculair gestegen, dwz de losschieters
    kort na de aanbeet bleven mij diep weggezonken
    in mijn bed achtervolgen. Joris bleef maar vangen
    hmmm. (en natuurlijk gun ik het hem van harte)
    ‘ laat daar geen misverstand over bestaan’
    dat gaat dan lang goed totdat je er genoeg van hebt en ook wel eens een snoek wil aanraken.

    Natuurlijk kan ik niet ten volle bewijzen dat dreggen een hoger vangstresultaat hebben dan
    een enkele haak. waarom zou het niet kunnen
    zijn dat een snoek met zijn tandjes in al die haren
    en veren voor korte duur blijft hangen en er vervolgens de brui aan geeft, zonder ook maar
    een haak gevoeld te hebben. Daardoor zou het
    kunnen zijn dat de dubbele haak tussen al die veren een hogere hakingspercentage heeft.
    voor mij tot dusver langleve de dubbele haak
    totdat het tegendeel anders bewijst
    jeroen

  4. maar bij deze natuurlijk iedereen aan de vlieg
    al dan niet met robotaandrijving…..
    jeroen


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.